Terug

Nu al wordt hij de Freud van de eenëntwintigste eeuw genoemd. Martin Seligman timmert behoorlijk aan de weg met zijn theorieën over ‘positieve psychologie’. Deze nieuwe school binnen de psychologie moet onderzoeken wat optimisme, liefde, creativiteit, onbaatzuchtigheid, zorgzaamheid en burgerzin kan betekenen voor de gemoedstoestand. Dat is een volstrekt nieuwe benadering, meent Seligman. Noodzakelijk ook, want er is binnen de psychologie een ‘misplaatste nadruk op het zoeken naar problemen en het corrigeren ervan’.

Het zijn harde woorden van de voormalig voorzitter van de Amerikaanse beroepsvereniging van psychologen, maar het moet maar eens gezegd. Al dat gewroet in nare gebeurtenissen van vroeger, die nadruk op die voorbije ellende ‘accepteren en een plekje geven’ – daar kan een mens niet écht gelukkig van worden. Psychologen lijken wel geobsedeerd door negativiteit. Een onderzoek naar afstudeerwerken bracht het treffend in kaart: het woord ‘depressie’ komt meer dan vijftigduizend keer voor, het woord ‘angst’ veertigduizend keer en het woord ‘plezier’ vierhonderd keer. Stel nu, oppert Seligman, dat we helemaal op het verkeerde spoor zitten en dat veruit de meeste ‘depressieve’ mensen een verkeerde diagnose hebben gekregen, omdat ze naar de verkeerde dingen zijn gevraagd. Stel nu, dat vroeg opgelopen trauma’s níet de oorzaak zijn voor onze negatieve gedachten, maar stel dat wat eruit ziet als een symptoom van depressiviteit – negatief denken – zélf de ziekte is. Een boeiende gedachte, en daarom richt Seligman zich op de psychologie van de deugd. Zijn onderzoeken moeten bijvoorbeeld aangeven hoe relaties nog prettiger kunnen lopen, hoe werk waardevoller en meer dankbaar kan zijn, en hoe we kinderen kunnen opvoeden tot gelukkige en moreel verantwoorde mensen. 

Lees hier het artikel verder

Bron: odenow.nl