Terug

news

Welke verwachting maakt e-Health daadwerkelijk waar?
Gepubliceerd op 24 mei 2017 10:10

 
Welke verwachting maakt e-Health daadwerkelijk waar?

               Geschreven door Jarno Meijer, Sociaal en Organisatie Psycholoog, Directeur van Therapieland

 

Als behandelaar in de GGZ kan het haast niet anders of je bent de afgelopen jaren op verschillende manieren in aanraking gekomen met e-Health. Waar het een paar jaar geleden nog een vaag begrip was, zien we dat de afgelopen jaren het idee van wat e-Health is en wat de mogelijkheden zijn, sterk is toegenomen.

Toch zijn er nog steeds veel vragen en onduidelijkheden omtrent de inzet van e-Health. Deze onduidelijkheid zit het gebruik van e-Health in de weg. Zo is bijvoorbeeld in de e-Health-Monitor 2016 te lezen dat 92% van de POH’s GGZ toegang heeft tot e-Health, terwijl er maar bij 10% van de patiënten daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt.


Er zijn hoge verwachtingen van e-Health. Maar worden deze verwachtingen al waar gemaakt? In dit artikel laten we zien wat er momenteel aan kennis over e-Health voorhanden is. We gaan in op de bezwaren die behandelaren hebben, de wetenschappelijke onderbouwing van e-Health en we bespreken het belang van een juiste implementatie. Tot slot gaan we in op de tijdsbesparing en kosteneffectiviteit.

Sceptische houding

Veel behandelaren staan ondanks de vele loftuitingen sceptisch tegenover e-Health. Zo speelt de angst dat cliënten niet openstaan voor online begeleiding een rol en is er de angst dat cliënten snel afhaken. Aan de andere kant is er de angst dat e-Health de behandelaar overbodig maakt en gaat vervangen. Dit zijn tegenstrijdige geluiden. Aan de ene kant denkt men dat de cliënt er niet op zit te wachten, terwijl men aan de andere kant bang is dat de e-Health de POH-GGZ of psycholoog gaat vervangen. Deze aannames kunnen niet allebei waar zijn en dat zijn ze ook niet. Uit diverse onderzoeken blijkt dat cliënten wel degelijk openstaan voor het gebruik van e-Health en nieuwsgierig zijn naar de mogelijkheden en toepassingen (o.a. e-Health-monitor 2015 van NIVEL en Nictiz). Tegelijkertijd blijkt uit dit onderzoek dat het gesprek met een GGZ-zorgprofessional essentieel blijft voor de cliënt.  

Maar openstaan voor e-Health en daadwerkelijk trouw gebruik maken hiervan is natuurlijk niet hetzelfde. De therapietrouw is bij diverse interventies laag. Hierbij is de drop-out bij zelfhulp vele malen hoger (73%) dan bij begeleide e-Health (28%) (Richards & Richardson, 2012). Uit recent onderzoek van Therapieland blijkt dat bij de juiste inzet van e-Health, 71% van de cliënten de kern van een interventie volgen. Deze cijfers ondersteunen dus de visie dat blended care, een combinatie van face-to-face-behandeling  en online-begeleiding, het beste van twee werelden combineert. Deze vorm wordt dan ook het meeste ingezet in de GGZ.

Wetenschappelijke onderbouwing

Misschien wel één van de belangrijkste vragen die er bij behandelaren speelt is; is e-Health wel wetenschappelijk bewezen? Deze vraag is meer dan terecht. Wanneer Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en diverse andere beleidsmakers e-Health aanmoedigen, moet er wetenschappelijk bewijs zijn van de effecten.

Het onderzoek naar e-Health is langzaam op gang aan het komen. In Nederland doet onder andere Hoogleraar Heleen Riper al jarenlang onderzoek naar de effecten van e-Health. Er is steeds meer literatuur voorhanden die aantoont dat e-Health effectief is en niet onder doet voor reguliere 

behandelmethoden. Echter, wanneer men de literatuur ten aanzien van e-Health raadpleegt, is het van belang om een duidelijk onderscheid te maken welke e-Health-interventies daadwerkelijk onderzocht zijn om te voorkomen dat er appels met peren worden vergeleken. Zo is het van belang om een onderscheid te maken tussen zelfhulp, begeleide online-interventies en blended care. Tot nu toe zijn de meeste onderzoeken naar ‘Cognitive Behavioural Therapy Interventions’ gedaan. Ten aanzien van blended care is er steeds meer literatuur die aangeeft dat begeleide e-Health dezelfde resultaten behaalt als reguliere behandelingen (o.a. Anderson et. al., 2014).

Recent onderzoek van Therapieland toont aan dat 77% van de cliënten die een blended care traject hebben doorlopen aangeeft dat e-Health (in dit geval een module van Therapieland) een belangrijke rol heeft gespeeld in de afname van klachten. Daarnaast laat dit onderzoek zien dat cliënten de effecten van een blended care-traject positiever inschatten dan de behandelaar zelf. Vermoedelijk twijfelt de behandelaar nog steeds over de eigen vaardigheden om e-Health effectief in te zetten en hoe e-Health zich verhoudt tot de reguliere behandeling. Het aanleren van vaardigheden ten aanzien van de inzet van e-Health is dan ook van groot belang, zo laat ook de e-Health-Monitor 2016 zien.

Implementatie: Aanleren van vaardigheden

E-Health is meer dan alleen het inzetten van techniek. Het vraagt een andere werkwijze van behandelen en daar is een omslag bij de behandelaar voor nodig. Zo is het van belang dat men e-Health opneemt in zorgrichtlijnen en zorgpaden. Daarnaast zal de behandelaar ook de juiste vaardigheden aan moeten leren, zoals online communiceren, op een juiste manier monitoren en online begeleiden. Dit zijn geen ingewikkelde zaken, maar het is wel van belang dat men hier aandacht aan besteedt. Het volgen van implementatietrainingen kan er voor zorgen dat behandelaren eerder zelf aan de slag kunnen, want zelf aan de slag gaan is simpelweg de beste manier om een methode eigen te maken.

Tijdsbesparing en Kwaliteitsverbetering

Tot slot zou e-Health de heilige graal van tijdsbesparing en kwaliteitsverbetering van de zorg moeten zijn. Maar lost e-Health deze belofte wel in? Er is nog weinig onderzoek naar deze effecten gedaan. Tara Donkers et. al (2015) hebben een meta-analyse gedaan en kwamen tot de conclusie dat enkele onderzoeken inderdaad aantonen dat e-Health kosteneffectief kan zijn, maar benadrukken dat aanvullend onderzoek gedaan moet worden. Uit recent onderzoek van Therapieland blijkt dat behandelaren in 37% van de behandeltrajecten met e-Health minder tijd kwijt zijn dan in een regulier behandeltraject. Wanneer men niet minder tijd kwijt is, geeft men in 51% aan dat de kwaliteitvan het behandeltraject is verbeterd. Deze cijfers zijn bemoedigend, maar er zal meer onderzoek naar de kosteneffectiviteit van e-Health gedaan moeten worden om hierover harde uitspraken te kunnen doen.

Conclusie

Cliënten staan open voor e-Health, een toenemende hoeveelheid wetenschappelijke literatuur laat zien dat blended care effectief is en onder de juiste omstandigheden zien we ook dat de therapietrouw van cliënten groeit. Een aandachtspunt is de implementatie van e-Health in de dagelijkse routine van behandelaren, wat door de juiste training kan worden bewerkstelligd. We kunnen dus concluderen dat er hele goede stappen in de juiste richting zijn en worden gezet, en tegelijkertijd kunnen we nog niet stellen dat alle beloften zijn waargemaakt. We zijn dus op de goede weg, maar er is nog een hoop te wensen en ontwikkelen!

Referenties

Andersson, G., Cuijpers, P., Carlbring, P., Riper, H., & Hedman, E. (2014). Guided Internet-based vs. faceto-face cognitive behavior therapy for psychiatric and somatic disorders: A systematic review and meta-analysis. World Psychiatry: Official Journal of the World Psychiatric Association, 13, 288–295. http://dx.doi.org/10.1002/wps.20151

Donker, T., Blankers, M., Hedman, E., Ljótsson, B., Petrie, K., Christensen, H. (2015). Economic evaluations of Internet interventions for mental health: a systematic review. Psychol Med.;45(16), 3357-76. doi: 10.1017/S0033291715001427.

NICTIZ (2015). Tussen vonk en vlam, eHealth monitor 2015; Zelfmanagement en Online behandeling, 84-97.

NICTIZ (2016). Meer dan techniek, eHealth monitor 2016; Inleiding, 18-24.

Richards, D., & Richardson, T. (2012). Computerbased psychological treatments for depression: A systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review, 32, 329-342.

Riper, H., Cuijpers, P. J. (2016). APA handbook of clinical psychology: Applications and methods., Vol. 3 : 451-463. 

 

Therapieland behaalt ISO 27001 Certificering

Therapieland behaalt ISO 27001 Certificering

Naast de NEN 7510 heeft Therapieland ook de certificering van de ISO 27001 behaald. Dat betekent dat Therapieland officieel voldoet aan alle internationale en nationale eisen omtrent informatiebeveiliging en de waarborging van privacygevoelige data. lees verder

Verbeterd: Slechte gewoontes

Verbeterd: Slechte gewoontes

De verbeterde module Slechte gewoontes is ontwikkeld voor volwassenen en adolescenten die van hun slechte gewoonte af willen komen. Denk hierbij aan roken, snoepen of nagelbijten. Het programma is bedoeld voor lichte tot matige problematiek. lees verder

Kerstfilm

Kerstfilm

Wil je rondkijken in ons kantoor en ervaren hoe onze Virtual reality programma's werken? Bekijk dan de kerstgroet van Therapieland. lees verder

Portret digitale hulpverlening in Nederlands Dagblad

Portret digitale hulpverlening in Nederlands Dagblad

Onlangs verscheen in het Nederlands Dagblad een portret over digitale hulpverlening. Drie e-professionals, waaronder een GZ-psycholoog, komen aan het woord. Hannah Ritter vertelt over haar manier van 'virtueel troosten' en hoe zij Therapieland inzet in haar praktijk. lees verder